De uitgaven voor het Sociaal domein stijgen verder. Behalve de kosten voor jeugdhulp stijgen ook de Wmo-kosten. De groei van de kosten die samenhangen met de Participatiewet lijkt te stabiliseren. Dat blijkt uit het onderzoek dat BDO jaarlijks uitvoert in opdracht van de VNG, Divosa en het Netwerk Directeuren Sociaal domein (NDSD). Voor vrijwel alle gemeenten in Nederland geldt: een einde aan die groei of zelfs een afname is niet in zicht, zeker in het licht van de huidige economische, maatschappelijke en demografische ontwikkelingen. Daarnaast vergroten verschillende inhoudelijke en systeemvraagstukken de manier van verwijzen in de jeugdhulp. De complexiteit van de zorg vergroot de druk op financiële grip en sturing.
Het rijk maakt geen aanstalten om op korte termijn iets aan de Wmo-problematiek te doen. Ook past het rijk niet structureel bij, hoewel afgelopen jaren de inkomsten voor gemeenten iets gunstiger waren als gevolg van incidentele middelen. Om die reden blijven wij de gesprekken van de VNG met het rijk over de gemeentefinanciën nauwgezet volgen.
Verschillende instellingen melden dat zij door de stijgende kosten (bijv. door cao-aanpassingen, arbeidsmarkttoeslagen, prijsstijgingen gas en dergelijke) in problemen komen om hun taken uit te voeren.
De gemeente Meppel gaat een pilot draaien met de Doorbraakmethode. Met deze methodiek is het mogelijk om maatwerk te maken én te onderbouwen met een maatschappelijke rekensom binnen verschillende wetten. Ook stimuleert deze methodiek om meer de verbinding te zoeken met de sectoren wonen, sport & beweging, kunst & cultuur en onderwijs. De aanpak moet ook leiden tot een afvlakking van de stijging in de kosten over de verschillende wetten en domeinen.
In 2022 zijn wij gestart met een programmatische aanpak voor de doorontwikkeling van het Sociaal domein. De doelstelling van het programma is te komen tot een robuust (toegang tot het) Sociaal domein. Hierin zijn wij een betrouwbare en flexibele partner voor inwoners en maatschappelijke partners. De bedoeling van het vraagstuk stellen we centraal. Vanuit dit programma, genaamd ‘Sociaal domein op koers’, werken wij verder aan deze doelstelling. Het programma omvat twee onderdelen: basis op orde (zie paragraaf 4.3.2) en doorontwikkeling medewerkers. Onder ‘basis op orde’ vallen onder andere: het optimaliseren van de processen en waar mogelijk digitalisering om de dienstverlening en toegang daartoe zo goed mogelijk te ondersteunen. Het onderdeel ‘doorontwikkeling medewerkers’ omvat onder andere: het opzetten van een traineeprogramma, opgavegericht en projectmatig werken, talentontwikkeling en de vraag beantwoorden wat de koers in de dagelijkse praktijk betekent voor onze medewerkers.
Meppel is een sociale gemeente. De zorg voor elkaar, zeker voor mensen die het moeilijk hebben, staat hoog in het vaandel. Dat is belangrijk, vooral in deze tijd van toename van kansenongelijkheid en polarisatie. Onze uitdaging is allereerst om verschillen te verkleinen en mensen dichter bij elkaar te brengen. Juist op gemeentelijk niveau is de menselijke maat, sociale samenhang en het contact tussen overheid en inwoner te verbeteren.
De tweede uitdaging is de zorg voor mensen effectief te organiseren en uit te voeren. Aandacht moet worden gegeven aan afspraken met en samenwerking tussen zorgpartijen, versterken van vertrouwen in professionals en meer inzet op het voorkomen van problemen door preventie en samenwerking in het voorliggend veld.
Wij willen dat zorg en ondersteuning beschikbaar is voor wie dat nodig heeft. Tegelijkertijd is betaalbaarheid van belang voor de structurele beschikbaarheid en de kwaliteit. Deze berust op vijf pijlers, te weten:
- Preventie
- Vroegsignalering
- Zorg nabij en maatwerk
- Vertrouwen in zorgprofessionals en beperking van bureaucratie- Inzet op vermindering van uithuisplaatsingen
De overige aandachtspunten zijn:
- Bevorderen sociale samenhang
- Flexibiliteit van mensen op de arbeidsmarkt
- Ondersteuning mantelzorgers
- Schuldenproblematiek
Om de kwaliteit van onze dienstverlening te bevorderen, focussen we ons via het programma ‘Sociaal domein op koers’ op onze interne processen waarbij we ‘de bedoeling’ als leidend principe hanteren. Hiermee geven we niet alleen invulling aan koers, maar bouwen we onze dienstverlening op vanuit de vraag vanuit onze kwetsbare inwoners, waarbij we wel kritisch blijven kijken naar een zo efficiënt mogelijke besteding van onze beperkte middelen.
Tenslotte moet nog worden opgemerkt dat het Sociaal domein maar deels invloed heeft op hoe ze die beperkte middelen uitgeeft. De grote tekorten de laatste jaren op Jeugd en Wmo kunnen maar ten dele worden weggewerkt door onze processen efficiënter in te richten. Een groot deel van de uitgaven vindt plaats buiten onze directe invloedssfeer.
Landelijke wijzigingen in de cultuur en de wet- en regelgeving
We blijven bouwen aan het Sociaal domein binnen de landelijke kaders waar wetten beoordeeld en verbeterd worden op eenvoud, menselijke maat en uitvoerbaarheid. Dit moet passen binnen de financiële middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Dit zijn onder andere de beschikbaar gestelde middelen voor het hervormen van de arbeidsmarkt, re-integratie en het aanpakken van armoede en schulden. In het eerste spoor gaat het dan onder meer om:
- Maatregelen die situaties van inkomensonzekerheid beperken en bijdragen aan bestaanszekerheid
- Maatregelen die de participatie van inwoners bevorderen
- Maatregelen die de integraliteit van de dienstverlening verder versterken
- Maatregelen voor het aanpassen van de (uitvoering) van de kostendelersnorm
De komende periode wordt de wetgeving landelijk verder uitgewerkt. We verwachten dat dit op z'n vroegst begin 2024 klaar is.
Het tweede spoor, dat gelijktijdig wordt opgepakt met andere departementen, gemeenten, de sociale verzekeringsbank, de sociale werkbedrijven en andere betrokkenen, werkt de ingezette beweging verder uit. Dit is een traject van een aantal jaren. Focus ligt daarbij op de lijnen:
- Bestaanszekerheid
- Perspectief/integraliteit
- Handhaving
Voor al deze lijnen geldt dat ze breder zijn dan de Participatiewet alleen. Bestaanszekerheid is gelegen in een combinatie van voorzieningen, waar de Participatiewet onderdeel van uitmaakt. Denk aan samenhang met de Wmo, de Jeugdwet en handhaving.
Wat gaan we daarvoor doen?
We blijven strak monitoren wat de langetermijneffecten van corona en inflatie zijn, en zetten hierbij volop in op werk en inkomen. Onze lokale ondernemers, klein en groot, zijn hierbij van groot belang. Waar wenselijk en mogelijk steunen wij hen in creatieve oplossingen op gebied van stages, scholing en creëren van werkgelegenheid.
Ook bij de gemeente Meppel is de trend van langdurige en zwaardere jeugdhulp zichtbaar. Onze uitdaging is om de verschuiving van individuele beschikkingen naar brede, algemene voorzieningen verder vorm te geven en bepleiten een omslag van curatieve zorg naar preventief. Dit vraagt om mankracht die dicht op de leefwereld zit en zorg en onderwijs beter op elkaar kan laten aansluiten. Waar nu jeugdhulp individueel aangeboden wordt, willen we naar bredere mogelijkheden binnen scholen. We realiseren ons dat hierbij mogelijk de kosten voor de baat uitgaan. Daarnaast hebben we nog niet inzichtelijk wat de gevolgen zullen zijn van de landelijke “Hervormingsagenda Jeugd” en de aanvullende rijksmaatregelen die moeten leiden tot een besparing op de uitgaven.
Alles lijkt erop te wijzen dat inzetten op laagdrempelige begeleiding (dus niet direct professionele langdurige zorg) zijn vruchten afwerpt. Het versterken van het wijk- en dorpsgericht werken is hierbij een belangrijke voorwaarde; daar sluiten we aan bij de leefwereld van onze inwoners en lukt het vaak om met onze partners en de wijkregisseurs een probleem al vroeg te signaleren en direct ondersteuning te bieden.
Het werken vanuit de leefwereld van onze inwoners en het denken van buiten naar binnen staat centraal bij de doorontwikkeling van onze medewerkers. Hierbij geldt: zo buiten, zo binnen. Wij werken via in company opleidingsaanbod aan de mindset en vaardigheden van onze eigen medewerkers om te werken vanuit de bedoeling. Hierbij staat de klant centraal, leveren we maatwerk, denken we vanuit kaders waarbinnen we maximaal creatief zijn en werken vanuit de geest van de wet.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
Ook komend jaar verwachten we een groei in aanvragen voor Wmo-maatwerkondersteuning en voorziening. Hierin maken we een onderscheid tussen de echt kwetsbare inwoners die we willen helpen met complexe problematiek en inwoners met een enkelvoudig vraagstuk. Dit doen we door samen met de inwoner te kijken naar zijn of haar ondersteuningsbehoefte en zoeken samen naar (maatwerk)oplossingen zo lang als nodig is. Het liefst gericht op het zelf weer kunnen doen of regelen. Onze insteek blijft om inwoners zoveel mogelijk zelf de regie te laten houden en verantwoordelijkheid te nemen. De Wmo is immers een vangnet, we moeten voorkomen dat inwoners zorgafhankelijk worden gemaakt.
Doordat de vraag en de kosten toenemen, moeten we alert blijven op zorgvragen die niet direct langdurige of professionele zorg nodig hebben. Met elkaar hierover het gesprek aangaan is lastig en noodzakelijk. Wat vinden we in Meppel “normaal” en wat niet? De juiste zorg op de juiste plek en betaald door de juiste partij blijft een belangrijke focuspunt.
Het managementinformatiesysteem heeft ons afgelopen jaren geholpen om nog meer inzicht te krijgen in het gebruik van onze regelingen en inzet van onze gelden. Dit inzicht bouwen we verder uit doordat we meer trends in het zorggebruik inzichtelijk maken.
Jeugdhulp
We constateren dat er steeds meer een beroep wordt gedaan op de jeugdhulp en met name zorg voor complexere casussen en toenemende GGZ-problematiek. Er zijn verschillende factoren die deze ontwikkeling verklaren, waaronder een veranderende maatschappij. De jeugdhulp is sinds de transitie toegankelijker geworden. De ingekochte jeugdhulp sluit beter aan op de wensen van de inwoners en is uitgebreider dan voorheen. De inwoners zijn nu beter op de hoogte van de aangeboden zorg. Deze factoren, in combinatie met de effecten van corona, zullen de vraag naar hulp voor complexe en langdurige zorgtrajecten in de komende jaren nog meer versterken.
Ontwikkelagenda jeugdhulp
In december 2021 en januari 2022 hebben we een aanzet tot de ontwikkelagenda jeugdhulp aan de gemeenteraad gepresenteerd. Deze ontwikkelagenda is onderdeel van landelijk beleid voor de beheersing van de kosten op jeugdhulp.
Deze bevat 4 elementen:
- Basis op orde. Het adequaat inrichten van onze processen, actualiseren van verordening en beleidsregels en inzicht in de trends en ontwikkelingen, onder andere met behulp van het managementinformatiesysteem.
- Toevoegen lichte en kortdurende ondersteuning en behandeling aan de toegang. We onderzoeken de mogelijkheden om lichtere jeugdhulp meer als algemene voorziening in te richten in plaats van dat daar een indicatie op afgegeven moet worden.
- Taakgericht contracteren van specialistische jeugdhulp. We onderzoeken of we de inkoop van jeugdhulp beter kunnen organiseren. Nu hebben we te maken met een ‘Open House’ constructie van rond de 160 aanbieders. We willen één á twee aanbieders die de inzet van de juiste jeugdhulp coördineren.
- Taakgericht contracteren Sociaal domein breed inzetten. Het Taakgericht contracteren breder inzetten dan alleen voor jeugdhulp lijkt zinvol. Ook voor het contracteren van de Wmo is het taakgericht contracteren in sommige gemeenten een inmiddels beproefde inkoopvariant.
Deze ontwikkelagenda willen we blijvend uitrollen.